De arbeidsmarkt voor inkopers is niet krap, maar kritisch
De arbeidsmarkt voor inkopers wordt al jaren als krap bestempeld. Dat klopt, maar het woord dekt steeds minder de lading. Wie beter kijkt, ziet geen paniekmarkt waarin professionals van functie naar functie springen, maar juist een kritische arbeidsmarkt. Inkopers zijn selectiever geworden. En terecht.
De vraag blijft hoog
De vraag naar inkopers en contractmanagers blijft hoog, vooral bij publieke organisaties, zorginstellingen en semi overheden. Vacatures blijven lang openstaan. Dat komt niet doordat er geen inkopers zijn, maar doordat zij bewuster kiezen waar en hoe zij hun vak willen uitoefenen. Europese aanbestedingen, toenemende regeldruk en complexere contractvormen maken het vakinhoudelijk en juridisch veeleisend. Daarmee vergroten ze de vraag naar ervaren inkopers.
Afgenomen mobiliteit
Tegelijkertijd is de mobiliteit afgenomen. Zo zie ik dat inkopers minder snel van werkgever wisselen dan een paar jaar geleden. Met name professionals met een vaste positie kiezen vaker voor stabiliteit, mits zij voldoende ontwikkel mogelijkheden ervaren én hun rol inhoudelijk serieus wordt genomen. De arbeidsmarkt is daardoor minder volatiel, maar zeker niet minder competitief.
Goed op hun plek
Veel ervaren inkopers zitten op hun plek. Een overstap is namelijk alleen aantrekkelijk als het aantoonbaar beter wordt. En beter betekent al lang niet meer uitsluitend een hogere schaal of een arbeidsmarkttoelage. Inkopers kijken ook naar professionele ruimte, invloed, collegialiteit, mandaat en een organisatie die begrijpt wat modern inkoopvakmanschap vraagt.
Veranderende rol van inkoopprofessionals
De rol van de inkoper is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Digitalisering en AI nemen steeds meer routinematige werkzaamheden over. Spendanalyses, contractbeheer en risicodetectie worden slimmer en sneller. Dat is winst! Tegelijkertijd wordt daarmee de toegevoegde waarde van de inkoper scherper zichtbaar. Wie relevant wil blijven, moet kunnen interpreteren, adviseren en verbinden.
Spanning in het inkoopveld
Die ontwikkeling vraagt iets van professionals, maar minstens zoveel van organisaties. Want terwijl we van inkopers verwachten dat zij strategisch meedenken, worden zij in de praktijk nog vaak aangestuurd op proces, compliance en afvinklijstjes. Die spanning is voelbaar en goede inkopers gaan daar niet meer vanzelfsprekend in mee. Zij kiezen steeds vaker voor een werkomgeving waarin ambitie en dagelijkse praktijk met elkaar in balans zijn.
Ook bij de inzet van interim-inkopers komt deze frictie aan de oppervlakte. Zo dwingt de vernieuwde handhaving rond de Wet DBA organisaties tot scherpere keuzes in opdrachtinrichting en aansturing. Dat is terecht, denk ik. Tegelijkertijd legt het een ongemakkelijke waarheid bloot: veel ‘tijdelijke’ inhuuropgaven zijn feitelijk structureel van aard. Een eerlijk gesprek daarover is nodig, maar wordt nog te vaak vermeden.
Meer dan alleen beloning
Wat overeind blijft, is dat beloning belangrijk is, maar zelden doorslaggevend. Publieke inkopers kiezen vooral voor betekenisvol werk, professionele ruimte, goed leiderschap en ontwikkelmogelijkheden. Een heldere visie op inkoop, gedragen door management en bestuur, weegt vaak zwaarder dan een extra trede in de schaal.
Daar komt een factor bij die in gesprekken steeds nadrukkelijker wordt genoemd: regio en reistijd. Voor veel professionals is een ‘betere baan’ geen betere baan als daar structureel meer reistijd tegenover staat. Zeker in een markt waarin inkopers keuzevrijheid ervaren, is nabijheid een serieus selectiecriterium geworden.
Hybride werken
Ook het hybride werken is minder vanzelfsprekend dan enkele jaren geleden. Steeds meer organisaties scherpen hun beleid over thuiswerken aan. Dat heeft voordelen: meer teamgevoel, snellere afstemming en betere onboarding. Maar het heeft ook een keerzijde: minder flexibiliteit verkleint de vijver waaruit organisaties kunnen vissen en vergroot de impact van reistijd en werk-privébalans. Organisaties die hierin rigide opereren, merken dat vaak direct in de respons op hun vacatures.
Misschien moeten we daarom stoppen met de mantra dat de arbeidsmarkt simpelweg krap is. Het probleem zit niet alleen in het tekort aan mensen, maar in de manier waarop het vak is georganiseerd en gepositioneerd. Ook in de arbeidsvoorwaarden in brede zin: naast geld, ook autonomie, ontwikkeling, leiderschap en praktische haalbaarheid.
De arbeidsmarkt voor inkopers is veranderd
De arbeidsmarkt voor inkopers is volwassen geworden. Kritisch ook. Organisaties die dat begrijpen en daarnaar handelen, hoeven minder hard te roepen. Daarnaast krijgen ze vaker de juiste mensen aan tafel. We moeten niet nóg harder werven.
De oplossing ligt in het aantrekkelijk organiseren van het vak: duidelijke positionering, sterk leiderschap en ruimte voor advies en groei. Pas dan voelt de term ‘krapte’ minder als een natuurwet en meer als iets waar je daadwerkelijk invloed op hebt.
Marc Brugman / HiPselect

